Verhalen archief
Stichting Niet te Kraken

Maart-april 2026. Ongewild is Dean James de hoofdpersoon in een paspoortaffaire. NAC Breda protesteert tegen het meespelen van James in de met 6-0 verloren wedstrijd tegen Go Ahead Eagles. Het is het begin van ‘paspoortgate’, een zaak die zich als een olievlek verspreidt en het hele Nederlandse betaald voetbal raakt. De achtergrond: een jaar eerder heeft James de Indonesische nationaliteit aangenomen om voor het nationale elftal van het Aziatische land te kunnen spelen. Daardoor had hij vanaf dat moment opeens een werkvergunning nodig om formeel speelgerechtigd te zijn in de Eredivisie, en die ontbreekt.

Na verder onderzoek blijkt dat ook andere voetballers met vooral Indonesische en Surinaamse roots in een vergelijkbare situatie zitten. Bij Go Ahead Eagles betreft het naast James ook Richonell Margaret, die voor Suriname uitkomt. Na drie weken is de eerste storm gaan liggen en zijn James en Margaret (en een aantal collega-voetballers) na het doorlopen van een wedertoelatingsprocedure weer speelgerechtigd verklaard.

April 1916. Ook meer dan een eeuw geleden, tijdens de Eerste Wereldoorlog, krijgt Go-Ahead met een speelgerechtigdheidskwestie te maken. Dan draait het om een geïnterneerde Schotse militair die ‘toevallig’ bij Go-Ahead is terechtgekomen: Jimmy (officieel: James) Miller.

Jimmy Miller is een Schotse matroos die in het begin van de Eerste Wereldoorlog door het Britse leger wordt ingezet om Antwerpen te verdedigen tegen de Duitsers. Dat mislukt. Antwerpen komt in Duitse handen en enkele Britse bataljons (in totaal zo’n 1500 manschappen) steken de grens over naar het neutrale Nederland, om zo aan krijgsgevangenschap te ontkomen. Ze worden geïnterneerd en gehuisvest in een barakkenkamp in Groningen, maar wel met bepaalde vrijheden. Geleidelijk aan neemt hun bewegingsvrijheid toe en mogen Nederlandse bedrijven geïnterneerden in dienst nemen.

Stichting Niet te Kraken

Medio maart 1916 arriveren er in Deventer elf geïnterneerde matrozen uit Groningen om bij een machinefabriek te gaan werken. Keihard bewijs is er niet, maar mogelijk is Miller een van deze elf en krijgt Go Ahead hem zo in het vizier. Zes weken later, eind april 1916, is hij ‘uit het niets’ lid van Go-Ahead.

Waar Dean James al zijn hele leven in Nederland woont en voetbalt (en sinds 2023 bij Go Ahead Eagles), wordt Jimmy Miller al een week na zijn debuut voor Go-Ahead onderwerp van gesprek. In totaal wordt zijn speelgerechtigdheid in twee jaar tijd zelfs drie keer betwist. Twee van die drie keer betreft het een nationaliteitskwestie, waarbij niet alleen hijzelf is betrokken, maar ook Britse collega-voetballers.

Kortom: ‘paspoortgate’ van meer dan een eeuw geleden, met diverse parallellen met het heden: discussies, vraagtekens en onzekerheid, schorsingen en sancties. Een verhaal uit de Eerste Wereldoorlog in drie episodes. En voor Go-Ahead, net als nu, ook een ‘kwestie-James’.

Episode 1

Op 30 april 1916 staat Jimmy Miller opeens aan de aftrap in het rood en geel. Plaats van handeling is Tilburg, waar Go-Ahead als kampioen van het oosten de strijd aanbindt met Willem II in de kampioenscompetitie om de landstitel (1-1). Een week later moet Go-Ahead naar Rotterdam, waar de westelijke kampioen Sparta de tegenstander is. Het wordt 2-2, best een pijnlijke uitslag voor de Rotterdamse grootmacht die in de vijf jaar daarvoor liefst viermaal landskampioen is geweest.

Sparta tovert echter een konijn uit de hoed. Het tekent protest aan bij de NVB vanwege het meespelen van Miller, omdat die eerder in zijn eigen land beroepsspeler zou zijn geweest. Dat is in Nederland, waar de amateurstatus heilig is, strikt verboden. Mocht de claim van Sparta juist zijn, dan wordt de wedstrijd mogelijk ongeldig verklaard of wordt Sparta tot winnaar uitgeroepen.

Het Go-Ahead bestuur heeft echter van tevoren aan de NVB gevraagd of Miller voor de club mag uitkomen, en de bond heeft daar ook daadwerkelijk toestemming voor verleend. De Telegraaf voegt daaraan toe dat Miller nooit beroepsspeler is geweest; hij speelde vroeger “in een 4e of hoogstens in een 3e klasse Engelsch elftal”. Misschien was er bij Sparta wel een naamsverwarring in het spel. Er zijn immers meer hondjes die Fikkie heten, en zeker ook meer Britse voetballers die Jimmy Miller heten.

Stichting Niet te Kraken
Jimmy Miller precies in het midden (alleen hoofd zichtbaar) in een team van de Engelse geïnterneerden.

Helemaal juist is het verhaal van de krant trouwens niet. Miller speelde nooit in een ‘Engels elftal’ op het derde of vierde niveau. Wat dat betreft doet het Deventer Dagblad het beter. Dat meldt dat Miller nooit beroepsvoetballer was: “De jonge man speelde, naar men ons verzekert, te Glasgow in een competitie voor juniores.”

Die versie ligt inderdaad aanzienlijk dichter bij de feiten, zoals Herman Joustra schrijft in zijn hoofdstuk over Miller in het officiële clubboek van Go Ahead (Eagles). Miller werd in 1894 geboren in Partick, toen nog een stad nabij Glasgow en in 1912 daadwerkelijk daaraan toegevoegd. Hij speelde voor de oorlog bij het nietige ‘buurtclubje’ Wardmill FC in een regionale Junior League, dat echter geen competitie voor jeugdspelers was, maar een afdeling net onder de professionele competities.

De media berichten – zij het vrij summier – over de zaak, nemen soms zaken van elkaar over, en het is lastig vast te stellen hoe serieus de kwestie-Miller is. Net als nu aanvankelijk tegenover NAC hebben sommigen weinig sympathie voor Sparta; de club zou de zaak alleen maar hebben aangekaart vanwege het teleurstellende puntverlies. De Rotterdammers zelf zwakken hun actie enkele dagen later nog af met een woordenspel door te beweren niet te hebben geprotesteerd tegen het meespelen van Miller, maar slechts “een onderzoek van bondszijde” te hebben gevraagd.

Welke consequenties de zaak heeft, wordt ook niet echt duidelijk. Het lijkt erop dat er geen sancties volgen. In de return tegen Sparta, op 21 mei op de Ossenweerd, speelt Miller gewoon mee, en geen enkele krant wijdt daar verder een letter aan. De traditionele grootmacht wordt hier trouwens afgedroogd met liefst 3-0, een ronduit sensationele uitslag die de opmars van het voetbal buiten het westen van het land stevig onderstreept. Op 1 juni volgt dan voor Go-Ahead als sluitstuk nog de thuiswedstrijd tegen Willem II, die beslissend zal zijn voor de landstitel. Een gelijkspel volstaat voor de Deventenaren, maar het duel eindigt in 0-1. Zo wordt niet Go-Ahead, maar Willem II de nieuwe landskampioen – en inderdaad de eerste ooit die niet uit het westen afkomstig is.

Miller ontbreekt merkwaardig genoeg in dit beslissende duel, maar de verhalen hieromtrent in de kranten zijn nogal vaag en speculatief. Het Deventer Dagblad meldt zijn afwezigheid, maar geeft daar verder geen enkele verklaring of toelichting bij. Volgens andere media is hij weer naar Groningen verhuisd, naar een kamp in Vlissingen teruggezonden of “op ‘vacantie’”. Hoe dan ook, een verband met het protest van Sparta is uit dit alles in elk geval niet af te leiden.

Episode 2

Die zomer ontstaat er in de voetballerij en de (sport)pers een discussie over de status van de (Britse) geïnterneerden. Naast Miller zijn er namelijk meer Engelsen bij Nederlandse clubs actief. Quick (Nijmegen) heeft bijvoorbeeld Charles H. Nash en William H. Ward, het Haagse HVV beschikt over Sydney W. Beadle en stadgenoot HFC over Harold S. Moore.

De meningen verschillen over de vraag of dat wenselijk is. Argumenten pro en contra vliegen over tafel. Aan de ene kant staat het voetbal in Nederland nog relatief in de kinderschoenen en zijn de Britten met hun kwaliteiten een verrijking, zeker nu er vanwege de oorlog toch al geen internationale contacten en wedstrijden meer zijn. Anderzijds is het misschien ook een vorm van competitievervalsing wanneer enkele clubs wel en andere niet over zulk extra talent kunnen beschikken. Ook stromen jongere eigen spelers zo misschien moeilijker door naar de hogere elftallen.

Zeker moet worden voorkomen dat er door de clubs een soort ‘handel’ in Groningse geïnterneerden ontstaat of dat ze Engelse profspelers aantrekken. Het staat ten aanzien van de geïnterneerden immers niet vast dat zij amateur waren. Volgens anderen gaat een algemeen verbod echter te ver: de Engelse FA heeft een nauwkeurige registratie, en dus hoeft het niet moeilijk te zijn om de status van de geïnterneerden te achterhalen. Elk geval moet op zichzelf worden beoordeeld, en je kunt de goeden niet onder de kwaden laten lijden. Het risico op ronselen of het ‘knoeien’ met betalingen of banen is bij buitenlandse geïnterneerden ook niet per definitie groter dan bij Nederlandse spelers.

Zo wordt Miller – met zijn landgenoten – opnieuw onderdeel van een speelgerechtigheidsdiscussie. Een soortgelijke discussie speelt trouwens ook in het cricket, waar ook geïnterneerde Britten actief zijn. Sommigen, zoals Nash en Ward, beoefenen zelfs beide sporten. Veel ‘deftige’ clubs, zoals ook Quick, hebben immers naast de voetbalafdeling ook een crickettak; voetbal is de sport voor de wintermaanden en cricket voor de zomerperiode.

Stichting Niet te Kraken
Quick (Nijmegen) in augustus 1916 met de geïnterneerden Nash (vooraan links) en Ward (vooraan in het midden).

Op basis van dit alles komt een bestuurscommissie van de NBV in september 1916 (vlak voor het begin van de nieuwe competitie) nogal plotseling met een speelverbod voor geïnterneerden. Vooral Quick en HVV gaan in de contramine. Volgens Quick kan een dergelijke verbodskwestie volgens art. 55 van het Huishoudelijk Reglement van de NVB alleen genomen worden in een bestuursvergadering en niet op een lager niveau in een commissie. Het NVB-bestuur behandelt de zaak echter pas op 11 oktober, als er al een kleine maand gevoetbald is. Tot die tijd verklaart de bond het verbod wel van kracht. Maar de strijd is dus nog niet gestreden; het is nog lang niet zeker dat er voor het bewuste commissiebesluit een meerderheid in het gehele bondsbestuur te vinden is.

Go-Ahead legt zich bij het voorlopige besluit neer, neemt het zekere voor het onzekere en stelt Miller niet op. In de eerste competitiewedstrijd uit bij Vitesse lijdt Go-Ahead – zonder hem – meteen een nederlaag (1-0). Quick laat Ward en Nash op diezelfde dag echter ‘gewoon’ meespelen. Het helpt de club trouwens niet: de Nijmegenaren verliezen, verrassend, met 0-1 van Enschede. Het Sportblad steunt de actie van Quick; mocht de aanstaande NVB-bestuursvergadering het speelverbod immers terugdraaien, dan zou bijvoorbeeld Go-Ahead “de dupe van de historie” zijn door zijn sterspeler buiten de lijnen te hebben gelaten.

Op 11 oktober valt de beslissing: het verbod wordt gehandhaafd, maar met één uitzondering: clubs kunnen een verzoek indienen om geïnterneerden die al in het vorige seizoen voor een vereniging uitkwamen én woonachtig zijn in de plaats van die vereniging, alsnog te mogen opstellen. Go-Ahead en Miller (en ook bijvoorbeeld HVV en Beadle) profiteren dus van deze regeling, omdat Miller in het seizoen ervoor welgeteld drie wedstrijden in de kampioenscompetitie heeft meegespeeld. Nash en Ward vallen buiten de boot; zij waren in het vorige seizoen namelijk nog niet actief bij Quick.

De nieuwe competitie is inmiddels drie speelrondes (van de in totaal slechts zestien) onderweg. Go-Ahead heeft Miller dus drie duels – achteraf – onterecht aan de kant gehouden, maar dit blijkt wel verstandig. Quick wordt namelijk door de bond gestraft voor het wel laten meespelen van de Engelsen. De uitslag van de verloren wedstrijd tegen Enschede blijft staan, maar de twee gewonnen wedstrijden – thuis tegen GVC (2-1) en uit tegen Be Quick (3-4) – worden ongeldig verklaard. Die moeten allebei worden overgespeeld, en beide ook nog eens op het veld van de tegenstander. Bovendien worden de bestuursleden van Quick voor een week geschorst.

Miller heeft in de vierde speelronde (thuis tegen Be Quick (Zutphen), 1-1) zijn vergunning nog niet binnen. Op 5 november in Hengelo tegen Tubantia staat hij wel weer op het veld. Go-Ahead wint met 0-3, en Miller smaakt het genoegen persoonlijk de tweede Deventer treffer te maken: “een prachtpunt”, aldus het Deventer Dagblad.

Aan het einde van het seizoen wordt Go-Ahead, dat dus zonder Miller vier punten heeft laten liggen, alsnog weer oostelijk kampioen. En dat niet alleen: aan de hand van Miller bekroont Go-Ahead zijn opmars op 3 juni op de Ossenweerd tegen UVV bovendien nog met de landstitel (2-0).

Stichting Niet te Kraken
Go-Ahead wordt in 1917 met Jimmy Miller (middelste rij in het midden) voor het eerst in zijn bestaan landskampioen.

In de zomer van 1917 verruimt de NVB de regels ten aanzien van geïnterneerden. Het bestuur kan geïnterneerden (mits ze amateur zijn) op hun verzoek toestaan voor Nederlandse clubs uit te komen, maar er mogen niet meer dan twee geïnterneerden tegelijk in een elftal spelen. Ook worden er na 15 maart (1918) geen nieuwe toestemmingen voor het laten meespelen van geïnterneerden meer verleend.

Episode 3

In januari 2018 speelt de geïnterneerdenkwestie opnieuw op. De oorlog lijkt door de ontwikkelingen her en der aan het front tot een einde te kunnen komen, en de uitwisseling en repatriëring van krijgsgevangenen komt steeds meer op gang. Nederland wordt een soort tussenstation voor Duitse krijgsgevangenen die vanuit Engeland naar huis terugkeren en Engelse krijgsgevangenen die de omgekeerde route moeten afleggen. Hierdoor krijgt Den Haag te maken met een invasie van zo’n 6000 ontslagen Engelsen die moeten worden opgevangen. Uit menselijkheid nodigen Haagse voetbalclubs hen uit als toeschouwer bij hun wedstrijden. HBS en Quick (Den Haag) stellen hun terreinen ook voor hen open zodat ze zelf een potje konden voetballen. Maar het opent ook andere mogelijkheden, die misschien minder wenselijk zijn.

Onder de bestaande regels kunnen Haagse clubs hun elftallen namelijk zomaar aanzienlijk versterken door Engelsen als lid aan te nemen. Hen weigeren kan reglementair niet, en als ze eenmaal lid zijn, hebben ze ook alle bij behorende rechten, waaronder dat om in de competitie mee te spelen. Dat geeft de Haagse clubs een oneerlijk voordeel ten opzichte van de andere westelijke competitiegenoten die geen geïnterneerden of krijgsgevangenen binnen hun grenzen hebben.

Ook voorzitter Pater van HBS is die mening toegedaan. Hij vraagt het bestuur van de NVB daarom om spelers van een andere nationaliteit helemaal te verbieden om aan de competities meedoen. Uiteraard zijn er weer verschillende kampen. De Revue der Sporten onderschrijft dit standpunt, maar de redactie van De Sportkroniek vindt het meten met twee maten: je kunt de ene club niet weigeren (het opstellen twee buitenlandse spelers) wat een andere club wel mag. Dat zou hooguit met ingang van het seizoen 1918-1919 kunnen, of anders wanneer de clubs dat onderling vrijwillig zouden afspreken.

Medio februari besluit de NVB dat er ten aanzien van geïnterneerden en krijgsgevangenen gedurende het seizoen geen nieuwe toestemmingen meer worden gegeven om in bondswedstrijden uit te komen. Lopende vergunningen, ook die van Miller dus, blijven tot het einde van het seizoen geldig. Daarna echter, dus met ingang van de jaargang 1918-1919, is het met alle vergunningen afgelopen en mogen ook Miller en zijn lotgenoten niet meer voor NVB-clubs uitkomen.

Precies op het moment dat zijn speelgerechtigdheid aldus eindig wordt verklaard, gaat Miller voor een maand op (familie)verlof naar Schotland, zoals dat de geïnterneerden sinds enige tijd is toegestaan. Het worden uiteindelijk onbedoeld drie maanden; vanwege de gevaarlijke situatie op de Noordzee kan hij niet eerder terugkomen. Door zijn vertraging moet Go-Ahead de kampioenscompetitie, die in april van start gaat, zonder Miller beginnen. Die mist daardoor liefst zes (van de acht) duels. Hij is nog wel net op tijd om de beide laatste wedstrijden tegen Ajax mee te maken. Daarin behaalt Go-Ahead drie punten (thuis 0-0 en 0-1 in Amsterdam), maar door het puntverlies tijdens Millers afwezigheid is dat niet voldoende om de landstitel te prolongeren. Die gaat toch naar de Amsterdammers.

Millers speelgerechtigdheid in Nederland komt daarmee formeel tot een einde. Een nieuwe reglementswijziging komt er niet, hoewel Het Sportblad dat eind juni met zoveel woorden betreurt in een beschouwing over het Jaarverslag van de NVB: “omdat het ons zeer onbillijk voorkomt, dat spelers, die reeds geruimen tijd voor een Nederlandsche vereeniging uitkomen, thans het spelen in competitiewedstrijden onmogelijk wordt gemaakt. Voor speler[s] als b.v. Miller van Go ahead, die in ons land een betrekking hebben gevonden, die hier waarschijnlijk met een Hollandsche vrouw gaan trouwen en zich blijvend in ons land zullen gaan vestigen, is een dergelijk verbod al heel onbillijk.”

In het nieuwe seizoen, 1918-1919, moet Go-Ahead het dus zonder Miller doen. Go-Ahead heeft op 10 november net zijn achtste competitieduel tegen ZAC in Zwolle achter de rug (2-4 winst), als een dag later, op 11 november 1918, de oorlog officieel tot een einde komt met de formele ondertekening van een wapenstilstand. Al vier dagen later, op 15 november, keren de Engelse geïnterneerden uit Groningen collectief terug naar hun vaderland. Inclusief Jimmy Miller, die dat feitelijk als ‘geschorst voetballer’ doet. Hij vestigt zich dus niet blijvend in ons land, maar trouwt wel met een “Hollandsche vrouw”, de Deventerse Carolina (Lien) Becks, die zich bij hem in Schotland voegt. Later emigreren ze naar de Verenigde Staten, waar ze de rest van hun leven blijven wonen.

Al met al lopen de drie ‘affaires-James (Miller)’ in de Eerste Wereldoorlog steeds een stukje slechter af. De eerste keer (bij het protest van Sparta in april 1916) zijn er, voor zover na te gaan, geen sportieve gevolgen. De tweede zaak (de geïnterneerdenkwestie van september/oktober 1916) kost Miller vier competitieduels. De derde zaak (de discussie van januari/februari 1918) leidt – op termijn – tot een definitieve schorsing, maar die blijft door het einde van de oorlog achteraf in de praktijk beperkt tot acht wedstrijden.